Het drama van Hingene
ORDE VAN HINGENE
© Orde van Hingene 2014 - DISCLAIMER

DE PERS SCHREEF:

A Hingene – Collision entre gendarmes et habitants. – Six blessés.

Dimanche soir, à Hingene lez-Puers, une collision a eu lieu entre la population et la gendarmerie. Cette dernière a tiré sur la foule, blessant six personnes, dont plusieurs mortellement. Un des blessés, Van Vracem, a reçu une balle dans la poitrine; un autre, Van Gucht, a la ouissi traversée par une balle; trousième, De Broey, est atteint au poignet et au basventre; un quatrième, Eug. Van Herbruggen, a reçu une décharge au cou; un cinquième, Van Damme, a été atteint à la pointrine, et un sixième, De Smet, à la jambe droite. Bron: Vingtième Siècle (Le) 10-08-1909; p. 2

Bloedige botsing te Hingene

Aangaande de jammerlijke botsing die zondag avond tusschen de bevolking en de gendarmen plaats had, wordt nog het volgende gemeld: Sinds acht dagen werd er gescharminkeld voor de woning van een inwoner, verdacht zich slecht te gedragen. Zondag moest een laatste gescharminkel gebeuren en eene strooien pop, den persoon in kwestie voorstellend, verbrand worden. De burgemeester, hertog d’Ursel, en de eerste schepene hadden bijzondere maatregelen genomen om alle onlusten te voorkomen. De gendarmerie van Bonheiden was geroepen. Verleden donderdag reeds had men gendarmen gesteenigd, die samenscholingen voor het huis uiteen gedreven hadden. Zondag avond was gansch de bevolking van Hingene, eene gemeente van 4000 zielen, te been. De gendarmerie, vergezeld van den veldwachter, bevond zich in eene straat, niet ver van het bewust huis. Nadat de voddenvent verbrand was, ging de menigte uiteen. Vele inwoners keerden huiswaarts, terwijl de anderen naar de herbergen gingen en bijzonder naar eene herberg in de buurt van den geschaminkelde. Zij jouwden de gendarmen uit toen deze voorbij kwamen. Deze laatsten trokken den revolver en richtten zich naar de herberg. De commandant bevool aan de verbruikers te zeggen wie gejouwd had. Daar niemand antwoordde, loste hij vier schoten tusschen den hoop. Twee verbruikers stuikten doodelijk gekwetst ten gronde. De commandant herlaadde zijn wapen en loste nog vijf schoten, altijd tusschen den hoop verbruikers. ’t Was toen dat de genaamde Vandamme gekwetst werd; de ongelukkige kon evenwel nog vluchten. Zekere Vanherbruggen, vader van acht kinderen, verliet de herberg en riep, toen hij de gekwetsten op den grond zag liggen, tot den brigadier: “Nu dat gij toch bezig zijt, schiet mij ook maar dood!” Op ’t zelfde oogenblik werd de arme man door een kogel in de hals getroffen, en viel op zijne gekwetste makkers. De menigte kwam, op ’t geknal der schoten, op straat en was zoo verbitterd tegen de gendarmen, dat deze de vlucht moesten nemen. Men droeg de gekwetsten in de herberg waar zij verzorgd werden. De E.H. Verhaegen, pastoor der parochie, kwam vier gekwetsten de laatste H. Sakramenten toedienen. Maandag morgend is het parket van Mechelen ter plaats gekomen. De brigadier van de gendarmerie zegt dat hij op het volk geschooten heeft, omdat er naar hem en zijne makkers met steenen geworpen werd. Over de omstandigheden van het bloedig voorval is een streng onderzoek geopend. Bron: Nieuws Van Den Dag (Het) 11-08-1909; p. 1

Wat meer koelbloedigheid

Zijn wij de eeuw van ’t woest geweld ingetreden? Men zou het gaan denken als men de gebeurtenissen nagaat. De feiten die zich te Hingene-Puers, in het Antwerpsche, hebben voorgedaan en die wij thans mededeelen, hebben nogmaals bewezen dat niet voorzichtig genoeg kan te werk gegaan worden, wanneer men wapens en wacht ter beschikking stelt van staatsburgers, die niet de noodige kalmte en zelfbeheersching bezitten in de ure van spanning of maatschappelijk geharrewar. De lessen van ’t verleden zijn nochtans daar om de overheid tot krachtig optreden aan te sporen. Wanneer men klerikale officiers der burgerwacht van Leuven peletons-vuur hoort bevelen op eene bende ruststoorders die het enkel gemunt hadden op de ruiten van minister Schollaert; wanneer men een majoor der Chaskens uit zijn vel ziet springen, aan ’t hoofd van zijn korps, omdat hem eenige woorden worden toegeworpen, zou het plicht heeten, meenen we, allen die gezag voeren of wapens hanteeren, tot meer kalmte aan te zetten en slechts in den uitersten nood te dreigen met lood en dood. Dan zouden de mannen die zich te Hingene hebben onderscheiden er tweemaal hebben over nagedacht vooraleer onder eene opeengepakte menigte te schieten omdat hun het scheldwoord “Opeters van ’t gouvernement” werd toegeroepen. Bron: Laatste Nieuws (Het) 11-08-1909; p. 1

Bloedige tooneelen te Hingene-Puers

De gendarmen schieten onder ’t volk. Zes personen doodelijk getroffen door revolverschoten. Men schrijft ons: Sinds eenige dagen stond de gemeente Hingene bij Puers in opschudding ten gevolge van het scherminkelen der jeugd, en ook der gezette menschen aan ’t adres van een inwoners en eene weduwe. Dit alles liep zonder groote wanordelijkheden af wanneer burgemeester d’Ursel in ’t vooruitzicht van wanorders de rijkswacht van Bornhem ontbood. De gendarmen, naar de getuigenis van de meeste inwoners, stelden zich zeer zonderling aan. Zondag avond rond 10 uur had de jeugd, zoals het bij scherminkelen gebeurt, een strooien pop verbrand vóór de deur der weduwe en de menigte was joelend en opgewonden. Toch trok eenieder stilaan af en een aanzienlijke groep buitenlieden begaf zich naar de herberg De Boerenhandel waar de gendarmen, die zich op hunne beurt terugtrokken, moesten voorbij gaan. Naar ’t schijnt zouden de gendarmen reeds in den vooravond zijn beleedigd geworden en de menigte hebben bedreigd met hunne wapens. Thans, wanneer zij voorbij Den Boerenhandel kwamen, werden eenige steenen geworpen en de scheldwoorden “opeters van ’t gouvernement” hun toegeroepen. De brigadier kwam op de groep personen af en vroeg: Wie durft ons beleedigen?... Op ’t zelfde oogenblik traden een tiental andere personen op straat, die niet eens wisten wat er gaande was en luidruchtig riepen. Zich bedreigd achtend, trok de aanvoerder zijne revolver en schoot viermaal in den hoop! Vier personen vielen neer. Dadelijk herlaadde de woestaard zijn wapen en schoot daarna nog vijfmaal. De personen ziende ten gronde liggen, sprong de genaamde Vanherbruggen, vader van 8 kinderen, buiten en riep tot de gendarmen: “Schiet mij nu ook maar dood!” Hij ontving een kogel in den hals en stortte op het lichaam der andere gewonden. Daarna gevolgd door de andere gendarmen en den veldwachter, ging hij op de vlucht, daar de menigte zich op hem wilde werpen. Het parket van Mechelen is Maandag te Hingene afgestapt om een onderzoek over deze zaak in te stellen. De gendarm, ondervraagd, beweert dat hij getroffen werd door eenen steen en daarom zijn wapen op het volk afschoot. De gewonde personen zijn: Van Vracem, 25 jaar, mandenmaker, kogel in de borst, doodelijk getroffen; Victor Van Damme , 23 jaar, kogel in de linkerbil: zijn toestand is zeer bedenkelijk; De Boey , 24 jaar, mandenmaker, kogel in de linker heup; Vanherbruggen , 34 jaar, gehuwd, kogel dwars door den hals gevlogen; Desmet , kogel in het rechterbeen. De geesten zijn ten hoogste opgewonden te Hingene en heeft het drama doodelijke gevolgen, dan staat het ergste te vreezen. Bron: Laatste Nieuws (Het) 11-08-1909; p. 1 scherminkelen: Ketelmuziek of scherminkelen is een vorm van lawaaimaken. De term is afkomstig van het lawaai dat gemaakt werd voor de deur van een persoon wiens gedrag tot verontwaardiging leidde. Het lawaai werd gemaakt door trommelen op ketels en pannen, slaan met potdeksels, geschreeuw en getoeter. Het maken van ketelmuziek is in Siddeburen een traditie, waar kinderen jaarlijks in september in een optocht ketelmuziek maken .

Collision sanglante entre gendarmes et villageois a Hingene lez Puers

Dimanche soir, à Hingene lez Puers, une collision a eu lieu entre la populationet la gendarmerie. Cette dernière a tiré sur la foule, blessant six persones, dont plusieurs mortellement. Un des blessés, Van Vracem, a reçu une balle dans la poitrine, un autre, Van Gucht , a la cuisse traversée par une balle; un troisiême, De Broey, est atteint au poignet et au bas-ventre; un quatrième, Eug. Van Herbruggen, a reçu une décharge au cou; un cinqième, Van Damme, a été atteint à la poitrine, et un sixième, De Smet, à la jambe droite. Le parquet de Malinese est attendu. Nouveaux détails On nous téléphone lundi soir: Depuis huit jours, on organisait des charivari devant la demeure d’un habitant, soupçonné d’inconduite, à Hingene. Dimanche, devait avoir lieu un dernier charivari, au cours duquel un mannequin, représentant l’habitant en question, devait être brûlé. Le bourgmestre de la commune, M. le duc d’Ursel, et le 1 e échevin, avaient pris des mesures spéciales pour prévenir des troubles. A cet effet, la gendarmerie de Boonheim (Bornhem) avait été réquisitionée. Jeudi dernier déjà, les gendarmes étant en tournée, avaient été assaillis à coups de pierre, lorsqu’ils avaient dispersé des attroupement devant la maison don til s’agit Dimanche soir, toute la population d’Hingene, commune de 4,000 âmes, était sur pied. La gendarmerie, accompagnée du garde- champêtre , s’était postée dans une rue à proximité de la maison. Après que le mannequin eut été brûlè, la foule de dispersa. Beaucoup d’habitants rentrèrent chez eux; d’autres s’en allèrent dans les cabarets, surtout dans un cabaret voisin de la maison. Ils se mirent à huer les gendarmes à leur passage. Ceux-ci, mettant le revolver au poing, se dirigèrent vers l’estaminet. Le commandant intima aux consommateurs de faire connaître ceux qui avaient hué. Comme personne ne répondit, il tira quatre coups de revolver dans le tas. Deux consommateurs roulèrent, mortelle ment blessés sur le sol. Le commandant rechargea son arme et la déchargea encore cinq fois, toujours dans le tas. Blessant grièvement dans le ventre un nommé Vandamme. Quoiquegrièvement blessé, celui ci put encore s’enfuir. Un nommé Van Herbruggen, père de huit enfants, sortant de l’estaminet et voyant le victimes étendues sur le sol, s’écria, en se retournant vers le brigadier de gendarmerie: “Tant que vous y êtes, tuez-moi aussi!” Au même instant, une balle l’atteignit au cou; le melheureux roula sur le corps de ses camarades. La foule se précipita sur la rue; elle devint tellement menaçante que les gendarmes durent s’enfuir. On rentra les blessés dans l’estaminet pour leur donner des soins. M. le curé Verhaegen a administré les sacrement des mourants aux quatre blessés. Le matin, lundi, le parquet de Malines a fait une descente sur les lieux. Le commandant de la gendarmerie dit qu’il a tiré sur la foule, parce qu’il a été atteint par des pierres qu’elle a lancées sur lui et sur ses collègues. Bron: Avenir Du Luxembourg (L') 11-08-1909; p. 3

Het drama van Hingene

Overbrenging van vier gekwetsten naar het Stuyvenberggasthuis. Vier der getroffenen van het bloedig drama te Hingene, zijn met de Wilfordboot naar Antwerpen overgekomen en verder daar het Stuyverberggasthuis overgebracht, om er heelkundige bewerking te ondergaan. Het waren de vier ergst getroffenen: Edm. Van Vracem , 25 jaar oud, mandermaker, die een kogel in de borst heeft en in de ruggengraat bleef zitten. De kogel is nu uit de wonde verwijderd. De tweede is Pieter Van Gehucht , 23 jaar oud, met een kogel in den bil. De derde is de 23 jarige Victor Van Damme , wiens borst door een kogel doorboord werd. Hij was vergezeld van zijnen broeder. Van Damme kon maar op eene zijde liggen en lijdt het meest van allen. Het vierde slachtoffer is Eug. Van Herbrugge , 34 jaar oud, vader van 3 kinderen, die een kogel in den hals kreeg. Deze was vergezeld van zijne moeder. Mevr. de hertogin d’Ursel, heeft de gekwetsten aan boord van de Wilford en verder naar het gasthuis vergezeld. Ook had de hertogin d’Ursel verschillende harer bedienden bij, om de gekwetsten alle mogelijke hulp te verleenen. Alle vier hebben de heelkundige bewerking reeds ondergaan. Gisteren waren er nog een paar, wier toestand allerbedenkelijkst was, doch heden was deze verbeterd en men hoopt alle vier in ’t leven te houden. Uit Hingene wordt gemeld dat Dinsdag namiddag de genaamde Alfons Boey , 23 jaar oud, in de woning zijner zuster, Hoogstraat, overleden is. Blijft nog over te Hingene zekere J. De Smet , die slechts licht aan den bil door een kogel werd getroffen. Ieder bewoner van Hingene spreekt met den grootsten lof over den burgemeester, hertog d’Ursel en zijne gade, Mevrouw de hertogin d’Ursel, die al doen wat mogelijk is om het lijden der gekwetsten te verzachten en de familieleden der getroffenen te troosten. Bron: Handelsblad (Het) 12-08-1909; p. 4

Een gendarm schiet op het volk

Doodelijk gewonden. Zooals men weet, bestaat nog, vooral op den buiten, de gewoonte van „scherminkeringen" te houden voor het huis van personen, tegen wie men afkeuring wil uitdrukken voor een of ander feit. Men gaat daar met ketelmuziek een lawij van alle duivels houden en ten slotte steekt men dan eene strooien pop, die het voorwerp der scherminkering verbeelden moet, voor het huis in brand. Nu had men het in de gemeente Hingene, bij Puers, gemunt op eene 40'jarige vrouw, die men beschuldigde van wangedrag, en het ketelmuziek had daarreeds negen dagen geduurd en aanleiding gegeven tot veel woeling in het dorp. De burgemeester, hertog Robert d'Ursel, had vruchteloos getracht de gemoederen tot bedaren te brengen en daar nu, tegen Zondagavond een laatste schermingkering was aangezegd, waren door den heer burgemeester en door den eersten schepen, M. Van Kerckhoven , de noodige maatregelen genomen en had de veldwachter versterking bekomen van de gendarmerie van Bornhem . Verleden Donderdag was er reeds met steenen geworpen naar de gendarmen, toen deze de menigte van het huis der vrouw wilde verwijderen. Zondag-avond, bij het verbranden der pop schat men dat heel de bevolking Hingene, 4000 man, te been was. Gedurende het woeste tooneel waren de gendarmen en de veldwachter in eene naburige straat toeschouwers gebleven, omdat er toch niets dan erge gevolgen uit eenige poging tot beletten der scherminkering zou voortgesproten zijn. Nadat nu de pop was verbrand, ging de menigte uiteen, de eene naar huis, de andere naar de herbergen, en zoo kwam er dan ook eene bende binnen in de herberg “den Boerenhandel” nabij het huis der vrouw. Toen de gendarmen daar voorbij kwamen werden zij van uit de herberg beleedigd en riep men o.a. tegen hen: Opvreters van 't gouvernement! Die lieden mochten dat niet doen, maar 't is jammer dat de bevelhebber van het detachement niet koelbloediger is geweest. Op het roepen der scheldwoorden keerden de gendarmen, den revolver in de hand, op hunne stappen terug, en vóór de herberg gekomen, sommeerde de bevelhebber de verbruikers, die buiten zaten, hem te zeggen wie er geroepen had, waarop niemand antwoordde. 't Is nu dat het drama voorviel, in omstandigheden die het parket moet ophelderen, want er zijn twee lezingen: Die van de bevolking die staande houdt, dat de commandant zonder reden en zonder de minste uitdaging in den hoop geschoten heeft; En die van den commandant, die zegt dat de menschen met steenen gooiden, dat de veldwachter van Wintham reeds aan het hoofd was getroffen en dat hij door een steen in volle borst was geraakt. Wat er nu van zij, op dit oogenblik begon de bevelhebber der gendarmerie in den hoop te schieten, 4 kogels lossend uit zijn Browning-revolver, kaliber 7. Twee personen, doodelijk gekwetst, vielen neer. Deze slachtoffers heeten: de eerste, Petrus Van Gucht , 23 jaar, mandenmaker, wonende op de Wip, hij was door een kogel in den linkerbil getroffen; de tweede: Ed. Van Vracem , 25 jaar, bakker, geraakt door een kogel, welke hem de borst doorboorde. De bevelhebber laadde zijn revolver opnieuw en schoot nogmaals 5 keeren zijn wapen af. Nieuwe slachtoffers vielen. De genaamde Victor van Damme , oud 23 jaar, landbouwersknecht, wonende Groenstraat, kreeg in den buik een kogel welken den rug uitkwam. Dit slachtoffer had nog den moed met zijn verschrikkelijke wonde, naar de ouderlijke woning te loopen, omtrent 20 minuten afgelegen van de plaats van het drama. Te huis viel de ongelukkige neer, door bloedverlies uitgeput. Den genaamden Alf. de Boey , oud 24 jaar mandenmaker, wonende Groenstraat, werd door een kogel de linkerpols doorboord. De kogel drong hem vervolgens in de zijde, waar hij bleef vastzitten. Het vierde slachtoffer viel bewusteloos nevens het andere. Een mandenmaker, Eug. van Herbruggen oud 34 jaar, gehuwd en vader van 8 kinderen, waarvan het oudste pas negen jaar is geworden, hoorde de schoten en was buiten geloopen. Toen hij zijne vrienden op het voetpad uitgestrekt zag liggen, riep hij tot den commandant: „Als het zoo gaat, schiet mij dan ook maar neder." Op hetzelfde oogenblik werd de ongelukkige in den hals door een kogel getroffen, die langs de andere zjjde uitkwam. De man stortte neer op de lichamen zijner makkers. Dat alles was gebeurd in minder tijd dan noodig was om die beschrijving te geven. Er ging een nu zoo ijselijke kreet van haat uit het volk op dat de bevelhebber wegsnelde gevolgd door de andere gendarmen, terwijl men de gekwetsten binnen bracht in “den Boerenhandel” om hunne wonden te wasschen. Het was Dr. Joos , in Wintham, in de woning van den gekwetste Van Damme gevonden, die naar de herberg ontboden werd en die aan de gewonden de eerste zorgen toediende. Zij waren meest allen gevaarlijk zoo niet doodelijk getroffen en de eerw. heer pastoor Verhaegen diende hun de H. Olie toe, alvorens ze naar huis vervoerd werden. Intusschen waren hertog d'Ursel , burgemeester en M. van Kerkhoven , schepen ter plaatse gekomen en bezwoeren de opgewonde menigte naar huis te gaan, waaraan deze ten slotte gevolg gaf. De heer burgemeester en de heer schepen bleven tot 4 ure 's morgens te been om het eerste onderzoek in te stellen en om ’t parket van Mechelen te verwittigen, Het parket is Maandag namiddag ter plaatse geweest - het bestond uit de heeren Meulemans , onderzoeksrechter; Coppens substituut van den procureur des konings en zijn griffier. M. de onderzoeksrechter heeft de gekwetsten ondervraagd, alsook ooggetuigen. Men overhandigde aan 't parket een kogel en vijf kardoezenhulzen op de plaats gevonden waar de bevelhebber stond toen hij de schoten loste. De commandant werd ondervraagd en houdt staande dat hij gehandeld heeft in staat van wettige zelfverdediging. Gisteren lagen de gekwetsten Van Vracem en Van Darmne op sterven; er bestaat weinig hoop dat men ze zal kunnen in ’t leven houden. Bron: Nieuwe Tilburgsche Courant – Nederland 12-08-1909; p. 2

Le drame de Hingene (1)

A Hingene, près de Puers (Belgique) deux gendarmes requis pour faire cesser un charivari, ayant été hués par la foule ont fait feu de leur revolver sur des personnes sortant d’un cabaret. On compte sept blessés, dont plusieurs grièvement atteints. Bron: Rappel (Le) – Frankrijk 12-08-1909; p. 3

Le drame de Hingene (2)

D’un correspondant d’Anvers; 12 août: Une des victimes du drame de Hingene, le nommé Van Roey est morte. Deux des blessés, Van Damme et Vracene, qui ont été transportés à l’hôpital de Stuyvenberg, se trouvent toujours en danger de mort. Nouveaux détails Tous les blessés du drame de Hingene sont arrivés à l’hôpital de Stuyvenberg. Ce matin, on déclarait à l’hôpital que l’état de Van Damme et de Van Vracene était désespéré. Quant à l’enquête, rien n’a transpiré jusqu’ici. La population de Hingene est fort surexcitée contre les gendarmes, et le parquet a priél e commandant de ne pas se montrer à Hingene de peur de représailles. Bron: Journal De Charleroi 13-08-1909; p. 3

Quotidiennes

Il y avait à Hingene une femme qui trompait son mari. Cette sorte d’accident est fort commune, et il serait téméraire à Hingene d’en réclamer le monopole. Chez nous, le laissins se débrouiller tranquillement avec la voisine. C’est un compte à régler entre elle et lui, et qui ne nous regarde point. Au reste, la vie deviendrait par trop compliquée s’il fallait s’intéresser aux deboires conjugaux de ses concitoyens marqués du signe qui rendit immortel feu Ménélas. Nous feranons les yeux, charitablement, sur le malheur des autres, avec la secrète satisdaction de penser que nous sommes à l’abri d’un tel sort et que nos fronts ne sont pas faits pour cette floraison-là. Les insulaires d’Hingene ont sur l’aduktère des opinions moins individualistes. Lis pratiquent, à ce point de veu, la plus étroite solidarité. Pour eux, l’adultère revêt un véritable caractère de méfait social et d’outrage collectif. De ce qu’un mari a été ce qu’il risqauit, en somme, de devenir par cela méme qu’il avait pris un billet à la loterie conjugale, tous les maris se jugent directement atteints dans leur honneur; et parce qu’une femme a galvaudé dans les bras d’un larron d’amour les baisers que la morale lui enjoignait de réserver exclusivement à son époux, toutes les femmes se sentent blessées au plus profond de leur vertu. J’imagine que les citoyens d’Hingene, du beau sexe et du laid, s’en voudraient de mêler, à ces sentiments d’une chasteté justement indignée, des raisons inavouées et des goûts libidineux. Aucun de ces maris n’estime, au plus profond de son cœur ou l’ange pur sommeil e, que l’épouse coupable aurait partager moins avarement ses faveurs, et que, puisqu’elle ne s’en tenait pas au nombre un, elle aurait bien pu compter jusqu’à trois au lieu de s’arréter à deux. Aucune de ces femmes n’éprouve, au plus chaché de son ame austère et droite, le dépit de ne pas connaitre la saveur du fruit que la pécheresse a mordu de ses dents avides et gourmandes, belle fille d’Eve qu’attirait un peut rop le pommier maternel. “Que ceux qui n’ont pamais péché lui jettent la première pierre”, disait Jésus à la foule qui prétendait lapider une infidèle. Le gens d’Hingene n’ont jamais péché. Ils ont organise des charivaris sous les fenêtres de la perfide, et ils s’apprétaient à les couronner par un bouquet, en la brûlant en effigie. Peut-être auraient-ils corsé la petite fète en promenant l’héroine, vetue uniquement de sa honte, par les chemins de la commune. Mais le bourgmestre a craint des excès et mobilisé de gendarmes. Les habitants du village, outrés d’être ainsi contrariés dans leur œuvre de vengeurs de la morale, ont assailli à coups de pavés les intrus qui ont riposté par des coups de feu. Bilan: quatre morts. Quatre morts, pour ce que le curé de Cucugnan, qui était un sage, qualifiait de “si peu, su peu de chose”!... Ce journal pieux avait bien raison, lequel écrivait hier que l’absence d’écudation religieuse dissout les consciences et pervertit les cerveaux: ce n’est jamais chez nous qu’on tuera quatre hommes pour laver vertueusement ce crime-là. Bron: Gazette De Charleroi 13-08-1909; p. 1

Eine liebesaffäre auf dem lande

Aus Antwerpen wird gemeldet: In dem kleinen Orte Hingene soll eine verheiratete Frau intime Beziehungen zu einem Knechte, der im Dienste ihres Mannes stand, unterhalten haben. Das veranlaßte die gesamte Bevölkerung, etwa 1600 Personen, seit zehn Tagen der Frau allabendlich eine Katzenmusik zu machen. Da der Skandal zu groß wurde, schritt die Gendarmerie ein, was zu einem förmlichen Aufruhr und zu ernsten Zusammenstößen zwischen der Menge und der Gendarmerie führte. Die Gendarmen mußten von der Waffe Gebrauch Machen, wodurch sechs Personen schwer verwundet wurden, von denen zwei bereits gestorben sind. Bron: Neue Schlesische Zeitung – Oostenrijk 13-08- 1909; p. 3

Het bloedig drama van Hingene-Puers

Van onzen correspondent: De toestand in de gemeente blijft nog altijd even opgewonden. Er wordt bijna niet gewerkt en de bewoners bespreken in hevige bewoordingen het bloedig drama, gepleegd door de gendarmen. Burgemeester d’Ursel heeft den maatregel tegen de gendarmen en den veldwachter behouden. De toestand van Petrus Van Gucht, die een kogel in de bil kreeg, welke hem het been verbrijzelde, is betrekkelijk goed en men hoopt dat hij niet gebrekkelijk zijn zal. Eugeen Van Herbrugge, wien een kogel in den hals werd geschoten, zal binnen een tiental dagen het Stuyvenberggasthuis kunnen verlaten. Voor Van Vracene bestaat er geen hoop en Van Dam, wiens ingewanden doorboord zijn, stelt het voor den oogenblik goed, doch men vreest verwikkelingen die zijn leven zouden in gevaar brengen. Men vertelt dat de bewoners van Hingene zich revolvers aanschaffen. Bron: Laatste Nieuws (Het) 14-08-1909; p. 3

Unerlaubte Liebe in Holland

In dem holländischen Dorfe Hingene soll eine verheiratete Frau intime Beziehungen zu einem Knechte, der im Dienste ihres Mannes stand, unterhalten haben. Das veranlaßte die gesamte Bevölkerung, etwa 1600 Personen, seit zehn Tagen der Frau allabendlich eine Katzenmusik zu machen. Die Sittenkommission trieb es der art, daß wider sie Gendarmerie aufgeboten werden mußte. Die Folge war ein wahrer Aufruhr, in dessen Verlauf die Gendarme Feuer gaben. Sechs Personen wurden schwer verwundet; zwei sind ihren Verletzungen erlegen. Bron: Vorarlberger Volksfreund – Oostenrijk 14-08-1909; p. 4

Bei der Katzenmusik für einen Junggesellen

In dem Dorfe Hingene (Belgien) brachten Einwohner einem leichlfertigen Junggesellen vor ferner Wohnung eine Katzenmusik. Gendarmerie schritt ein und machte, da ihren Anordnungen nicht gefolgt wurde, gleich von den Revolvern Gebrauch. Vier Einwohner blieben sterbend auf dem Hauptplatze, mehrere andere wurden schwer Ver letzt. Angesichts des Blutbades wurde die Haltung der Bevölkerung so drohend, daß die Gendarmerie den Rückzug antreten mußte. Eines der Opfer ist Vater von acht Kindern. Der Bürgermeister der Gemeinde ist ein Herzog von Ursel. Es werden weitere Ausschreitungen befürchtet. Bron: Czernowitzer Allgemeine Zeitung – Oostenrijk 14-08- 1909; p. 3

Blutige Demonstration

Eine blutige Szene spielte sich in dem Dorfe Hingene bei Antwerpen ab. Auf eine Gruppe von Einwohnern, die vor der Wohnung eines leichtfertigen Junggesellen eine Katzenmusik veranstaltet hatte, gaben Gendarmen Revolverschüsse ab. Bier Dorfbewohner sind tot, alle anderen wurden schwer verletzt. Eines der Opfer ist Vater von acht Kindern. Ernste Auftritte werden befürchtet, da die Bevölkerung eine drohende Haltung angenommen hat. Bron: Mährisch-Schlesische Presse – Oostenrijk 14-09- 1909; p. 4

Blutbad in einem Vlämische Dorfe

Wüste Szenen, spielten sich im vlämischen Torfe Hingene in der Provinz Antwerpen ab, wo Gendarmen auf eine Gruppe von Einwohnern, die eine Katzenmrffik vor der Wohnung eines leichtfertigen Junggesellen veranstaltet hatten, ohne ernsten Anlaß Gebrauch von den Revolvern machten. Vier Einwohner blieben tot oder sterbend auf dem Platze, mehrere andere wurden schwer verletzt. Angesichts des Blutbades wurde die Haltung der Bevölkerung so drohend, daß die Gendarmen den Rückzug antraten, verfolgt von den Flüchen der Menge. Eines der Opfer ist Vater von acht Kindern. Bürgermeister der Gemeinde ist der Herzog von Ursel. Bron: Znaimer Wochenblatt – Oostenrijk 21-08- 1909; p. 8

Erge feiten

Het parket is nog tweemaal in de gemeente geweest voor het onderzoek over de erge feiten welke onlangs gebeurd zijn. De eerste maal waren de magistraten vergezeld van 25 gendarmen te paard, die in galop het dorp ingereden kwamen. Al de straten, leidende naar de plaats waar het drama geschied was, werden afgesloten, waarna de onderzoeksrechter de getuigen onderhoorde om te weten hoe de zaken gebeurd waren. Bron: Laatste Nieuws (Het) 27-08-1909; p. 3

Van Vracem overleden

Dinsdag namiddag is te Hingene de tijding toegekomen dat Van Vracem, die in de maand juli bij ’t scharminkelen aan het Wipplein te Hingene door eenen kogel getroffen en naar het gasthuis van Antwerpen overgebracht werdt, aldaar overleden is. Zijne begraving zal te Antwerpen plaats hebben. Een dienst is reeds aangekondigd in de kerk van Hingene. Bron: Gazette van Temsche 10-10-1909; p. 2

Ooggetuige Edward Perremans

“In ’t jaar 1909, ik was 12 jaar, is er op ’t Heiken een schietpartij geweest. ’t Was tun de gewoonte da’s ze bij diegene die aanhield, een voddenwijf op ’t dak staken. Na ’s avonds en ’s nachts werd er over en weer gelopen mee potten en pannen. Da voddenwijf bracht zoveel volk op ’t straat dat er wel eens ambras zou kunnen komen. Den burger verwittigde de gendarmerie van Bornem. Nu wil dat lukken dat juist die nacht vier personen, die van Weert kermis kwamen, nogal luidruchtig de straat doorliepen. De gendarmen die dachten de daders gevonden te hebben, begonnen te schieten. Ze werden overhoop geschoten. De mensen schoten wakker en begonnen te roepen. De gendarmen werden bekogeld mee stenen en hun kepie werd afgeslagen. Er werd weer geschoten. Twee andere personen werden geraakt, waarvan er ene levenslang gebrekkig gebleven is en da voor het doodschieten van mensen die er niets mee te maken hadden. De volgenden dag werd de wijk ontruimd, de blaffeturen gesloten en er kwam een wedersamenstelling. Nu moest ik juist oep dien dag bier gaan dragen naar mijn vader en nog ne werkman die waren gaan koren pikken, ik moest de barrikade door en ik em alles gezien. Da zal ik nooit vergeten. Van “wettige zelfverdediging” was hier geen sprake meer. Da vergeet ik nooit meer.”